#wintersolstice #poem Doors and shutters shut/Keep magic and ghosts/Outside – they belong the dark- They, who celebrate at night

Unease whispers
Through the trees
Leaves do not get reprieve

Hunted struggle
Between light and dark
In this– foreign– time

People seek warmth at a cozy fire
Chase away the cold into the late      hour

Doors and shutters shut
Keep magic and ghosts
Outside – they belong the dark-

They, who celebrate at night

Until the solstice –as light
Recognizes once more
its power

Wil Melker

er waait onrust
in de bomen
bladeren krijgen geen respijt

jachtig strijdt
het licht met donker
in deze vreemde tijd

mensen zoeken warmte
bij een gezellig vuur
verjagen kou tot in het late uur

deuren en gesloten luiken
houden magie en geesten
uit het duister buiten

die ‘s nachts feesten
tot de zonnewende als licht
zijn krachten weer leert kennen

Advertisements

J.C. Bloem, “How notably stiller death is compared to sleep.” #inmemoriam

The rhythm is slightly off, but I think it conveys the mood better.

From: In memoriam

And this stayed with me forever,
How notably stiller death is     comparedto sleep,
That it is a daily marvel to live,
And that we, with every ‘wakeningawaken     as if from death.

Another ending, bit more awkward:

And this stayed with me forever:
How notably stiller death is compared to sleep,
That it is a daily marvel to be alive,
And that we with every ‘wakening    are       resurrected.

“En voor altijd is mij bijgebeleven:
hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
dat het een daaglijks wonder is, te leven,
en elk ontwaken een herrijzenis.”

J.C. Bloem

Geheel:
De blaren vallen in de gele grachten;
Weer keert het najaar en het najaarsweer
Op de aarde, en de donkre harten smachten
Der levenden. Hij ziet het nimmermeer

Hoe had hij dit bemind, die duistre straten
Die atmosfeer van mist en zaligheid,
Wanneer het avond wordt en het verlaten
Plaveisel vochtig is en vreemd en wijd.

Hij was geboren voor de stille dingen,
Waarmee wij leven—maar niet even lang—
waarvan wij ‘t wezen slaken in ons zingen,
Totdat wij zinken, en met ons de zang.

Het was een herfst als nu: de herfsten keren,
maar niet de harten, na hun korten dag;
Wij stonden, wreed van menselijk begeren,
In de ademlooze kamer waar hij lag

En voor altijd is dit mij bijgebleven:
Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
dat het een dag’lijks wonder is, te leven,
en elk ontwaken een herrijzenis.

Nu weer hervind ik mij in het gewijde
Seizoen, waar de gevallen blaren zijn
Als het veeg zonlicht van een dood getijde
En denk: hoe lang nog leef ik in die schijn?

Wat blijft ons over van dit lange derven,
Dat leven is? Wat dat ik nog begeer?
voor hem en mij een herfst die niet kan sterven;
zon, mist en stilte, en dan voor immermeer.

 

Link

Creation story

God’s child kept blocks in his apron’s pocket,
which it had been playing with in the clouds.
But when she, tired, bored, then wished to clear the decks
She saw into the box and could not fathom

how ever to fit them, neatly ordered stacked.
Because God was stern, but slept, so was no danger.
She let them drop, without a further glance
and made straight for a pretty sculpted angel.

The blocks fellthrough stark empty skies,
And reached an empty world, where
They remained as thrown.

Most shattered into hills and dales;
And those, whole, in one piece, formed here and there
the far wide cities and the smallest towns.

Translating, I departed from the rhymes and the almost rhymes out of necessity when the english words don’t rhyme and also because I want to show that Slauerhoff played with leaving out parts of speech, much like Joss Whedon encouraged in Buffy and Firefly. I think his play works especially well because the poem is about creating a world that is not there there and which has holes. Some of the loss of almost rhymes is sad because his choice of words was lovely. Learn Dutch!

“They remained as thrown” was the most difficult to translate because in Dutch part of the verb (“waren”=were) is left out but the last word of this line (geworpen=thrown) rhymes with the last word of the poem (dorpen). Anyway. It is a different poem in English. I love how Slauerhoff stops the story. Leaving the rest to our imagination. The whole poem stops and start and restarts at odd moments. How to play with language. When you read it aloud you need to leave space between inside some of the lines. Where depends on how you speak. The alliterations in the poem and inner rhymes are beautiful.

Also: I like he puts down the answer before we ask the question in the second stanza. He makes the lines work for him. Doesn’t let the mind dictate how he tells his story. Pay attention because G-d isn’t.

Third stanza is funny: you expect more but no.

Creation story

God’s child kept blocks in his apron’s pocket,
which it had been playing with in the clouds.
But when she, tired, bored, then wished to clear the decks
She saw into the box and could not fathom

how ever to fit them, neatly ordered stacked.
Because God was stern, but slept, so was no danger.
She let them drop, without a further glance
and made straight for a pretty sculpted angel.

The blocks fellthrough stark empty skies,
And reached an empty world, where
They remained as thrown.

Most shattered into hills and dales;
And those, whole, in one piece, formed here and there
the far wide cities and the smallest towns.

Dutch: Scheppingsverhaal.

Gods kind had blokken in zijn boezelaar,
Waarmee het in de wolken had gespeeld.
Maar toen zij op wou bergen, moe, verveeld,
Zag ze in de doos en wist niet hoe ze daar

In passen moesten, keurig ingedeeld.
Want God was streng, maar sliep – dus geen gevaar.
Zij liet ze vallen, zag er niet meer naar
Om en ging vlug naar een mooi engelbeeld.

De blokken vielen door een leeg heelal
En kwamen op een leege wereld, waar
Ze bleven zooals ze er heen geworpen.

De meeste sprongen stuk tot berg en dal.
En die heel bleven vormden hier en daar
De groote steden en de kleine dorpen.

© 1998, Erven J. Slauerhoff / K. Lekkerkerker / Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
From: Verzamelde gedichten
Publisher: Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 1990.

Eerste Verzen. J.J. Slauerhoff. Working on translation.

Eerste Verzen. J.J. Slauerhoff

[…] Dit is het leven met den dood verzoenen:
Dat alle oogsten wortlen in het doode,
Dat grauwe gronden rozen overrooden;
Uit de vermolmde woeker, het verfoeisel,
Zal Vrijheid stijgen, een volvruchtig bloeisel.

[…]
Mijn teedre vreugden zijn gevormd in porselein,
Anders dan zeer bezorgd raak ik hun randen niet;
De azuren geurwolk die mijn blonde thee ontvliedt,
Ontvoert vervluchtend ‘t leed en houdt mijn zielsrust rein.
[…]