Surinam poetry. Poezie gedichten geluid uit Suriname!! (Latin-America)

Screen Shot 2014-12-26 at 10.52.07 PM
Galibi beach, Surinam.

A tree, hosts of sparrows
and amongst them
one other bird.

Een boom vol mussen
en daartussen
een andere vogel.

Geerdi, 9 jaar.

Coconut palm
under the flowing wind […]

Kokospalm
onder de vloeiende wind

Michaël Slory
[uit: Waar wordt de lucht gemolken?, 2004]

Sranan tongo:
“Orfeu negro”
Mi sa singi a son opo kon

I will sing
the sun
to rise

With the stars washed away
from the sky
I will sing
in clouds of orange,
Flecked loin cloths of redblue,
Black, that can’t keep itself standing

When my sun arrives
A yellow message
For all who still lay in their camps
for all who are blind with sleep…

I shall sing
The sun
Rise

From out of the water
That is so endlessly broad
Until you come outside
To listen
To the message that from my heart
Bursts out
A few droplets of the morning sun.

Dutch:
Ik zal zingen
de zon rijst
komt te voorschijn

Wanneer de sterren weggewassen zijn
Uit de lucht
Ik zal zingen
In wolken van oranje,
Bespikkelde lendendoeken van roodblauw,
Zwart, dat zich niet langer kan staande houden

Wanneer mijn zon aankomt
Een gele boodschap
Voor allen die nog in hun kampen liggen
Voor allen die blind zijn van slaap…

Ik zal zingen
Om de zon
Te laten opkomen

Vanuit het water
Dat zo eindeloos breed is
Totdat jullie naar buiten komen
Om te luisteren
Naar het bericht dat vanuit mijn hart
Naar buiten breekt
Enkele druppels van de morgenzon

Sranan tongo:
Mi sa singi
A son
Opo kon,

Te den stari wasi komoto
Na loktu
Mi sa singi
Alanya worku,
Penipeni pangi fu rediblaw
Blaka, di no man ori ensrefi
Te mi son e kon
Wan geri boskopu
Fu ala di didon ete na ini den kanpu
Fu ala di e sribi breni..

Mi sa singi
A son
Opo kon,

Fu ondro a watra
Di bradi sote
Te un opo kon na doro
Fu arki
A nyunsu di mi ati
E lusu
Wanwan dropu fu mamanten son

Michael Slory [1935]

Advertisements

J.C. Bloem, “How notably stiller death is compared to sleep.”

The rhythm is slightly off, but I think it conveys the mood better.

And this stayed with me forever,
How notably stiller death is –compared to sleep,
That it is a daily marvel to live,
And that we, with every ‘wakeningawaken     as if from death.

Another ending, bit more awkward:

And this stayed with me forever:
How notably stiller death is compared to sleep,
That it is a daily marvel, to be alive,
That we with every ‘wakening    are       resurrected.

En voor altijd is mij bijgebeleven:
hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;
dat het een daaglijks wonder is, te leven,
en elk ontwaken een herrijzenis.

J.C. Bloem

Winter at sea: Een eerlijk zeemansgraf by Jan Jacob Slauerhoff

A loose translation. There simply is no good translation that I can write. Most of the beautiful old Dutch is disappeared, even modern Dutch would not compare. I think if you yourself sail, you can maybe hear it in the English.

No deep meaning, only lovely description by the ship’s doctor…

The sea’s edge shifts cruel, the waves tumble wild,
From mild and green, abruptly broken, leaden and gray;
One night, there is the wind that shivers through open sky,
Next, akin to sudden death, the cold.

About rock islands without tree or grass,
Resting abandoned in time-worn space,
Blossoms only the fierce and unruly growth
Of rapidly rising, quickly wilting foam.

Aboard the ship on which no soothing fires burn,
The cold nestles itself in, for a long journey;
Against walls by night creaks awakened,
The floating ice grinds and shatters itself.

Winter op zee
De kim wordt wreed, de golven tuimlen wild,
Van mild en groen, spoorslags hardgrijs en grauw;
Eén nacht waarin de wind door ‘t luchtruim rilt,
Dan, als een plotselinge dood, de kou.

Om rotseilanden zonder boom en gras,
Liggend verlaten in het oeroud ruim,
Bloeit slechts ‘t onstuimig en verward gewas
Van ‘t snel opschietend, snel verwelkend schuim.

Op ‘t schip waarin geen vuren troostend branden,
Nestelt de kou zich voor een lange reis;
Tegen de ‘s nachts wakkergekraakte wanden
Kruit en verbrijzelt zich het drijvend ijs.

Een eerlijk zeemansgraf (1941)

Annie M.G. Schmidt “Suja Suja Prikkeltje”

I loosely translated a Dutch baby’s sleeping song by the poet Annie M.G. Schmidt. ‘suja’ comes from ‘soothe’.

Suja suja prickly-ball, outside the moon bathes all in silver white,

You are a little porcupine, but don’t be sad: you are alright,

You are an itty-bitty porcupine, ignore the stereotypes,

The lions have their manes and tigers have their stripes

We have our auntie squirrel with a reddish woollen tail,

And you, you’re more than awesome with all those little quills!

Sleep, my itty-bitty prickle-ball, so you will grow big and fat,

So you’ll turn into a porcupine ‘xactly like mom and dad.

The stately elephant has a trunk, the bears, oooh, they have sharp claws,

The parrot has bright feathers, green ones, and think of royal blue macaws!

Our uncle giraffe, well, he has the longest neck; brown spots on golden white,

And you, you have all those prickly quills: what, not too shabby, right!?

Suja suja prickle-dum-dee, the moon is lit and the shadows are long.

You’re mine, the most beautiful porcupine, and also very strong!

The cats have whiskers and purring weave your dreams,

Sweet cows have horns and fish they dance in streams,

Our cousin the otter has a jacket, velvet, soft-brown and gray,

and you, you have all those tickly quills: those will come in handy one day!

http://www.youtube.com/watch?v=m-x5QH-jCi4

Image

Suja suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan,

je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan,

je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,

De leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen

en onze tante eekhoorn heeft een roje wollen staart,

maar jij hebt allemaal stekeltjes en dát is zoveel waard.

Slaap, mijn kleine Prikkeltje, dan wordt je groot en dik,

dan wordt je net zo’n stekelvarken als je pa en ik.

Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,

de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe,

en onze oom giraffe heeft een héle lange nek,

maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek,

Suja suja Prikkeltje, het is al vreselijk laat,

Je bent het mooiste stekelvarken, dat er maar bestaat,

de poezen hebben snorren en daar kunnen ze door spinnen,

de koeien hebben horens en de vissen hebben vinnen,

en onze neef, de otter, heeft een bruinfluwelen jas,

maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas.